Rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel voor PV-installaties

Tien jaar geleden schreef ik voor het Jaarboek Energierecht een bijdrage over "het vertrouwen van de buurman in zijn zonnepanelen". In de volgende jaren hebben zowel de Raad van State als het Grondwettelijk Hof geoordeeld dat er juridisch niet zoiets bestaat als een recht op blijvende toekenning van steun. In een recent arrest maakt ook het Hof van Justitie duidelijk dat derechtszekerheid- en vertrouwensbeginselen niet geschonden zijn door een wijziging aan de steunregelgeving. In het debat over de terugdraaiende teller zou het goed zijn om die juridische analyse ook mee te nemen, zowel bij politieke beslissingen als in advisering van misnoegde burgers.

"Eigenaars zonnepanelen dreigen met rechtszaak", kopte De Standaard eerder deze week. Duizenden "bedrogen" burgers hekelen het feit dat "hun" terugdraaiende teller (en dus de indirecte steun die ze ontvangen) op de schop dreigt te komen na het arrest van het Grondwettelijk Hof. Over dat arrest schreef ik al in De Juristenkrant dat het mij juridisch niet overtuigde, maar het is wat het is.

Dit is niet het forum om de ongerijmdheid tussen de snelheid van de oplossing voor de eigenaars van zonnepanelen te vergelijken met de slakkengang voor het wegwerken van de wachtlijsten in de Vlaamse gezondheidszorg. Wat mij wel opvalt is dat quasi alle partijen al jarenlang dwepen met "pacta sunt servanda" als het gaat over steun aan particuliere PV. Die "pacta" zijn louter electoraal en allerminst juridisch.

In mijn bijdrage in het Jaarboek Energierecht 2011 over die buurman en diens zonnepanelen citeerde ik een oud-voorzitter van het Duitse Bundesverfassungsgericht. Die schreef: "Dass der Gesetzgeber zur Erreichung dieses Ziels den Kostendruck auf die Stromproduzenten regelmäßig erhöhen muss, gegebenenfalls aber auch durch unregelmäßige und nachteilige Modifikationen der Förderbedingungen legitimerweise auf bestimmte tatsächliche Entwicklungen – einschließlich der praktischen Folgen seiner Subventionierung im Bereich der erneuerbaren Energien – zu reagieren hat, damit müssen die privaten Marktakteure, die staatliche Subventionen in jenem Bereich in Anspruch nehmen möchten oder die, wie die Hersteller von Solaranlagen, mittelbar von solchen Fördermaßnahmen profitieren, zu einem gewissen Grad rechnen." Vrij vertaald: de wetgever moet zijn politiek kunnen aanpassen aan de veranderde omstandigheden. Daarmee moeten de private actoren rekening houden. Het vertrouwens- noch het rechtszekerheidsbeginsel verzetten zich tegen aanpassingen.

Een gelijkaardige boodschap vindt men terug in verschillende arresten van het Grondwettelijk Hof en de Raad van State. Daarover berichtte ik hier al uitvoerig: Vertrouwensbeginsel en groenestroomcertificaten, Opnieuw over het vertrouwensbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel, De Raad van State herhaalt: een aanpassing van een steunregime is geen schending van het eigendomsrecht en Groenestroomcertificaat en eigendomsbescherming.

In zijn arrest van 15 april 2021 oordeelde ook de 5de kamer van het Hof van Justitie:

Gelet op een en ander dient op de gestelde vraag te worden geantwoord dat, onder voorbehoud van de door de verwijzende rechter te verrichten verificaties, waarbij met alle relevante gegevens rekening moet worden gehouden, artikel 3, lid 3, onder a), van richtlijn 2009/28 en de artikelen 16 en 17 van het Handvest, gelezen in het licht van de beginselen van rechtszekerheid en bescherming van het gewettigd vertrouwen, aldus dienen te worden uitgelegd dat zij zich niet verzetten tegen een nationale regeling die voorziet in een vermindering of uitstel van betaling van de stimuleringsbedragen voor door fotovoltaïsche zonne-installaties opgewekte energie die bij eerdere bestuursbesluiten zijn toegekend en door ad-hocovereenkomsten tussen de exploitanten van deze installaties en een overheidsbedrijf zijn bevestigd, wanneer deze regeling betrekking heeft op stimuleringsbedragen waarin reeds is voorzien maar die nog niet verschuldigd zijn.

Lees u in

Geschreven inzichten

Tien jaar geleden schreef ik voor het Jaarboek Energierecht een bijdrage over "het vertrouwen van de buurman in zijn zonnepanelen". In de volgende jaren hebben zowel de Raad van State als het Grondwettelijk Hof geoordeeld dat er juridisch niet zoiets bestaat als een recht op blijvende toekenning van steun. In een recent arrest maakt ook het Hof van Justitie duidelijk dat derechtszekerheid- en vertrouwensbeginselen niet geschonden zijn door een wijziging aan de steunregelgeving. In het debat over de terugdraaiende teller zou het goed zijn om die juridische analyse ook mee te nemen, zowel bij politieke beslissingen als in advisering van misnoegde burgers.