Officieren van justitie van de CREG ingezworen, vooralsnog zonder legitimatiebewijs

De directeurs en een aantal personeelsleden van de CREG werden bij koninklijk besluit van 25 juni 2010 aangeduid als officier van gerechtelijke politie om inbreuken tegen de Gas- en/of Elektriciteitswet op te sporen en vast te stellen. (Zie hierover ons eerder bericht van 5 augustus 2010)

Na de inwerkingtreding van het koninklijk besluit wist niemand waar ze de verplichte eed konden afleggen: bij de minister van justitie, bij de minister van energie, bij de procureur-generaal bij het hof van beroep te Brussel. Die kafkaiaanse situatie werd eerder al aangekaart in de Commissie Bedrijfsleven van de Kamer.

Uiteindelijk zouden alle officieren van gerechtelijke politie van de CREG intussen de eed hebben afgelegd.

Tijdens de plenaire vergadering van 27 januari 2011 bleek uit een mondelinge vraag van Willem-Frederik Schiltz (Open VLD) dat dezelfde officieren nog geen legitimatiekaart ontvangen zouden hebben. Zonder zulke kaart is het uiteraard veel moeilijker om aan te tonen dat men officier van gerechtelijke politie is en dat men bepaalde opsporingsdaden moet kunnen stellen.

Minister Magnette ontweek de vraag door in te gaan op een andere bedenking van Schiltz over de omzetting van het derde pakket. De wetgevende macht, volgens datzelfde derde pakket de enige instantie die toezicht mag houden op de regulator van de energiemarkt, blijft dus in het ongewisse over de justitiële bevoegdheden van diezelfde toezichthouder.


Lees u in

Geschreven inzichten