Publicatie Energiebesluit – Inwerkingtreding Energiedecreet

Met de publicatie in het Belgisch Staatsblad van het Energiebesluit (besluit van de Vlaamse regering van 19 november 2010) zal ook het Energiedecreet (decreet van 8 mei 2009 houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid) op 1 januari 2011 (eindelijk) in werking treden.

Opvallend is wel dat er twee bepalingen van dat Energiedecreet nog niet in werking zullen treden op 1 januari, maar op een datum die later bepaald zal worden door de Vlaamse regering: titel XIV van het Energiedecreet (over de heffing op de exploitatie van een distributienet of het plaatselijke vervoernet van elektriciteit in het Vlaamse Gewest) en artikel 15.2.1, 1°, Energiedecreet.

Die laatste bepaling heft de wet van 10 maart 1925 op de elektriciteitsvoorziening op. Mocht die bepaling ook op 1 januari 2011 in werking treden, waardoor de wet van 10 maart 1925 niet langer zou gelden in het Vlaamse Gewest, zou dit een hypotheek leggen op de uitbouw van de distributienetten. Het Energiedecreet noch het Energiebesluit bevatten enige regeling over het gebruik van het openbaar domein of van private eigendommen voor de aanleg van lijnen of leidingen of voor de uitbouw van distributienetten of plaatselijke vervoersnetten. Het behoud van de wet van 10 maart 1925 laat minstens toe om het openbaar domein of (delen van) private eigendom te gebruiken zonder dat er een instemming hoeft te zijn van de beheerder van dat openbaar domein of van de eigenaar van die private eigendom.

Verrassend is dan dat met het Energiebesluit alle uitvoeringsbesluiten van de wet van 10 maart 1925 wel opgeheven worden op 1 januari 2010 (artikel 12.2.1, § 2), waaronder het koninklijk besluit van 27 augustus 1925 op de elektriciteitsvoorziening - verklaring van openbaar nut en het koninklijk besluit van 26 november 1973 betreffende de wegvergunningen.

Voor de distributienetbeheerders die intergemeentelijke samenwerkingsverbanden zijn of die gemeentelijke regies zijn, is de opheffing van die federale bepalingen nog altijd problematisch. Artikel 13 van de wet van 10 maart 1925 geeft de gemeenten en de verenigingen van gemeenten weliswaar het recht op het openbaar domein, van welke overheid die ook afhangt, te gebruiken. Artikel 14 geeft eenzelfde recht aan de gemeenten (maar niet aan de verenigingen van gemeenten) voor het gebruik van private eigendom voor het verankeren van bovengrondse lijnen aan huisgevels en voor het inkorten van bomen. Elia heeft, als distributienetbeheerder, dezelfde rechten.

Maar het bovengrondse of ondergrondse kruisen van private eigendommen door distributienetbeheerders of door Elia (voor lijnen met een spanningsniveau tot en met 70 kV) zal niet langer kunnen. Artikel 15 van de wet van 10 maart 1925 maakt die mogelijkheid afhankelijk van een verklaring van openbaar nut. Door het opheffen van het koninklijk besluit van 27 augustus 1925 is er geen procedure meer voorhanden om zulke verklaring van openbaar nut af te leveren.

Het intrekken van het koninklijk besluit van 26 november 1973 leidt er ook toe dat een private onderneming zich niet langer zou kunnen beroepen op de mogelijkheid bepaald in artikel 10, b) van de wet van 10 maart 1925 dat het afleveren van wegenisvergunningen mogelijk maakt “om een nijverheids- of landbouwbedrijf toe te laten, voor eigen gebruik, zijn onderscheiden bedrijfszetels met zijn elektrische centrale te verbinden”.

Tot slot: het Energiebesluit bevat geen enkele bepaling die het mogelijk maakt om directe lijnen of leidingen aan te leggen. Artikel 4.5.1 Energiedecreet bepaalt immers dat de Vlaamse regering de aanleg van een directe lijn en een directe leiding afhankelijk kan maken van het bekomen van een voorafgaandelijke toelating, waarvoor zij de nadere toepassingsregels, procedures en criteria nog moet vaststellen. Nochtans had de aanleg van directe lijnen en leidingen al moeten geregeld zijn sinds de omzetting van de tweede elektriciteits- en gasrichtlijnen.