Zijn bedrijfsnetten ook distributienetten?

Vorige week publiceerde het Hof van Justitie de conclusie van advocaat-generaal Mazak over een prejudiciële vraag van het Oberlandesgericht Dresden rond de definitie van distributienetten in de zin van de Tweede Elektriciteitsrichtlijn.

Wanneer het Hof van Justitie de conclusie onderschrijft, kan dit verregaande gevolgen hebben voor bedrijfsnetten.

Zo stelt de advocaat-generaal:

"72. Verder is het blijkens de richtlijn een van de wezenlijke elementen van de liberalisering van de energiemarkten, te waarborgen dat de afnemers van elektriciteit hun leveranciers vrijelijk kunnen kiezen en alle aanbieders vrijelijk aan hun klanten leveren. Deze twee rechten zijn noodzakelijkerwijs gekoppeld, omdat, willen de consumenten vrij hun leverancier kunnen kiezen, de leveranciers het recht dienen te hebben op toegang, tegen een adequate en niet-discriminerende vergoeding, tot de verschillende transport- en distributienetten die de afnemers van elektriciteit voorzien.

78. Mijns inziens betekent dit dat de richtlijn in beginsel beoogt van toepassing te zijn op een breed scala van netten, ongeacht hun omvang. Dit sluit de mogelijkheid niet uit dat de toepassing van bepaalde wezenlijke verplichtingen van de richtlijn, zoals op het punt van de scheiding, afhankelijk van de omvang van het betrokken net kan worden aangepast.

85. Uit deze overwegingen blijkt dat een situatie waarin de kwalificatie van een net als “distributienet” zou afhangen van de voorwaarde dat het als hoofddoel de levering van elektriciteit aan een algemeen publiek zou nastreven, tot substantiële discriminatie tussen netbeheerders en tussen afnemers zou leiden. Dit lijkt moeilijk te verenigen met het door de richtlijn beoogde doel van niet-discriminerende toegang voor derden en het recht van de eindafnemer op vrije keuze van de energieleverancier.

98. Gelet op het voorgaande, ben ik van mening dat de prejudiciële vraag als volgt moet worden beantwoord:

"Artikel 20, lid 1, van richtlijn 2003/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en houdende intrekking van richtlijn 96/92/EG, moet aldus worden uitgelegd, dat het in de weg staat aan een nationale wettelijke regeling die als algemene regel van de toepassing van de bepalingen inzake de toegang voor derden uitsluit de distributienetten die zich bevinden op een ruimtelijk een geheel vormend bedrijvenpark en die overwegend voorzien in de energiebehoeften van de onderneming zelf of van verbonden ondernemingen.""

Vooral overweging 85 is belangrijk. Deze zou immers kunnen betekenen dat ook bedrijfsnetten, die geen micronetten of kleine geïsoleerde netten zijn in de zin van artikel 2, 25° en 26°, van de Richtlijn, waarvoor de Lidstaat een uitzondering gevraagd heeft overeenkomstig artikel 26 van de Richtlijn (hetgeen België volgens mij nooit gedaan heeft), als "distributienetten" in de zin van de Richtlijn moeten worden gekwalificeerd. Tot die netten zouden derden toegang moeten krijgen.