Decentrale elektriciteitsproductie en aansluiting op de distributienetten

Het Vlaams Parlement keurde gisteren een motie goed "over de netwerkproblemen bij energieleverancier Eandis en de gevolgen ervan voor de groenestroomlevering, over de noodzaak om stroomnetten aan te passen voor decentrale productie en over de toenemende onaangepastheid van het distributienetwerk voor elektriciteit aan de groeiende productie van groene stroom".

De motie strekt ertoe :
1. Dat de Vlaamse regering het overleg met Elia en de distributienetbeheerders zou intensifiëren om: a) op korte termijn een oplossing uit te werken rond de bestaande specifieke knelpunten; b) de technische reglementen van de beheerder van het hoogspanningsnet (Elia) en die voor de beheerders van de distributienetten zo aan te passen dat de netintegratie van extra decentrale productiecapaciteit sneller en steeds op de meest kostenefficiënte wijze zal plaatsvinden;
2° in overleg met de DNBs te onderzoeken op welke manier op zeer korte termijn extra netintegratie mogelijk is voor de wachtende initiatiefnemers, eventueel met
duidelijke afspraken rond het afsluiten van de injectie bij netwerkproblemen;
3° met de federale regering een samenwerkingsakkoord te sluiten om te verzekeren dat de meest kostenefficiënte oplossing een correcte en snelle uitvoering krijgt;
4° de netbeheerders op te leggen om in hun investeringsplannen toekomstverwachtingen in verband met decentrale productie op te nemen, onder de controle van de regulator;
5° een economische en maatschappelijke analyse te maken over de impact voor het Vlaamse Gewest (bijvoorbeeld wat werkgelegenheid, innovatie en kennispotentieel, luchtkwaliteit, en dergelijke betreft) om de vooropgestelde doelstelling van 13 percent hernieuwbare energie tegen 2020 te behalen, rekening houdende met de drie sectoren elektriciteit, verwarming en koeling, en vervoer. Daarnaast moeten de mogelijkheden en risico’s worden onderzocht die betrekking hebben op de mate waarin het Vlaamse Gewest zijn doelstellingen kan behalen door de ontwikkeling van hernieuwbare energie in andere lidstaten en in derde landen te bevorderen;
6° de financiële impact te berekenen op de distributienettarieven (op het niveau van individuele netbeheerders en in verhouding tot elkaar) van de verplichtingen inzake opkoop van groenestroomcertificaten en van de netintegratie van decentrale productie in scenario’s met en zonder een solidariseringssysteem, rekening houdend met de aangekondigde initiatieven. Daarbij moet worden nagegaan op welke wijze de solidarisering van de kosten van de opkoop van groenestroomcertificaten en van de netintegratie kan worden opgezet indien de impact voor de distributienettarieven beperkt blijft. Vervolgens moet het meest kostenefficiënte solidariseringssysteem worden uitgewerkt, waarbij de kosten voor de elektriciteitsverbruikers (gezinnen en bedrijven) beperkt zullen blijven;
7° bij het maken van ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP’s) die aanleiding kunnen geven tot aanzienlijke extra decentrale energieproductie, de netbeheerders te betrekken bij de adviesprocedure om zo maximaal rekening te kunnen houden met de lokale behoeften en historisch gegroeide vragen, meer proactief te kunnen inspelen op mogelijk nieuwe vormen van decentrale productie en rekening te houden met de mogelijkheden en eventueel de beperkingen.