Belasting op onbenutte sites

Gisteren stelde Katrien Partyka (CD&V) aan minister Magnette een aantal vragen over de belasting op onbenutte sites op basis van de wet van 8 december 2006 tot vaststelling van een heffing ter bestrijding van het niet benutten van een site voor de productie van elektriciteit door een producent (zie hierover mijn vorige posts: "Heffing op ongebruikte sites voor de productie van elektriciteit" en "Grondwettelijk Hof verwerpt beroep tegen belasting op onbenutte centrales".

Uit de antwoorden van de minister blijkt het volgende.

Het jaarlijkse bedrag van de heffing op de niet-benutte of onderbenutte sites voor elektriciteitsproductie bedroeg 51 150 000 euro in de jaren 2006, 2007 en 2008. In 2009 was dat 67 500 000 euro.

Electrabel heeft bij de rechtbank van eerste aanleg te Brussel een verzoekschrift ingediend om de heffingen voor de jaren 2006, 2007 en 2008 te laten vernietigen omdat volgens haar de meeste sites waarvoor de heffing is toegepast niet beantwoorden aan de voorschriften van de wet van 8 december 2006. Die zaak werd volgens de minister intussen in beraad genomen.

Voor 2009 zou Electrabel onvoldoende nauwkeurige gegevens over oppervlakte van de betrokken sites meegedeeld hebben. De heffing werd daarom bepaald op basis van de ruw geschatte informatie.

Tot slot blijkt dat, met uitzondering van een site die aan E.ON zou overgedragen worden, alle andere niet-benutte of onderbenutte sites van Electrabel nog niet verkocht zijn.